Samenhang en synthese

Ogenschijnlijk hebben de eierjurk en pastajurk, de serie ‘Pianistes’ en de cyclus ‘Domestic Freaks’ van Judith Swart weinig met elkaar te maken. Wie de kunstenares uit Overveen een beetje kent, zal er echter geen moeite mee hebben de verschillende kunstuitingen te zien als het werk van dezelfde persoon. Hoe uiteenlopend de artistieke invalshoeken ook lijken, ze zijn ontsproten aan de ongebreidelde fantasie, de intuïtieve benadering en de onvervalste dadendrang van een vrouw die zich ontvankelijk, onbevangen en ‘open minded’ opstelt. Daardoor is ze in staat om signalen op te vangen die voor anderen verborgen blijven.

Associatieve processen spelen een belangrijke rol in het beeldende oeuvre van Judith Swart. Zij reageert op impulsen van buitenaf en op verrassende vondsten en invallen die haar onaangekondigd overvallen. Van een gestructureerde aanpak en werkwijze lijkt nauwelijks sprake. Toch zijn er wel degelijk duidelijke denklijnen en rode draden te ontdekken in de tekeningen, de gemengde technieken op papier en doek en de jurken die van ongebruikelijke (eetbare) materialen (zoals pasta en eieren) zijn gemaakt.

Op basis van een oorspronkelijke mensvisie komt Judith Swart tot beeldende kunstuitingen die niet alleen hun originaliteit met elkaar gemeen hebben, maar ook vitaliteit, levenslust, hang naar het onbekende, dynamiek en expressiedrang uitstralen. Het ligt voor de hand om de verscheidenheid van artistieke disciplines, materiële vondsten en eigenaardigheden, technische toepassingen, stijlen, thema’s en onderwerpen toe te schrijven aan een kunstenaar die een dringende behoefte etaleert aan het vertellen van uitzonderlijke verhalen. De vraag of het om concrete waarnemingen gaat, is daarbij van ondergeschikt belang. Judith Swart openbaart een eigen werkelijkheid die tegemoet komt aan haar verlangen naar een wereld waarin psychische belemmeringen en beperkingen worden opgeheven.

De pianistes wijden zich vol overgave aan de muziek. Ze stralen passie en gedrevenheid uit. Ze swingen, nemen uitdagende poses aan, dragen zwierige avondjurken. De melodieuze lichaamslijnen onderstrepen het onvervalste plezier dat zij beleven aan het musiceren. De vlotte stijl onderstreept de uitbundigheid en onvoorwaardelijke overgave aan het optreden. De pianistes zijn soms extravagant, soms ingetogen. Afwisselend strelen en teisteren de vingers de toetsen. De gezichten zijn soms zacht en bijna esoterisch getekend, maar in andere gevallen doet de expressieve uitstraling niet onder voor die van de vrouwen die Kees van Dongen ooit portretteerde. Judith Swart schrikt niet terug voor het vertekenen van gelaatsuitdrukkingen en lichaamshoudingen. Soms ondergaan zelfs de pianokruk en de toetsen van de piano eigenaardige metamorfoses. Opvallende zijn de elastische vrouwenlichamen, de buigzame vingers en de ensceneringen die bij vlagen neigen naar een karikaturale benadering, maar met de nodige slagvaardigheid weet Swart de platheid van cartoons te vermijden. Alle deformaties zijn dienstbaar aan het dynamische effect dat zij wil bereiken. De lichaamshoudingen benadrukken dat de vrouwen volledig opgaan in de interactie met het instrument dat ze bespelen.

Om te voorkomen dat ze doorslaat in haar enthousiasme en expressiedrang, tempert Swart doelbewust de toonzetting door zich te beperken in haar kleurgebruik. Meestal overheersen zwart en wit. Uitbundige contrasten ontbreken. De kleurreductie heeft alles te maken met de voorliefde voor het gebruik van potlood en contékrijt en sluit naadloos aan bij de zwarte en witte toetsen van de piano. De pianistes zijn gedreven vrouwen die bijna letterlijk in toom gehouden worden door de terughoudende kleurstellingen. De behoefte aan relativering en understatement steekt regelmatig de kop op, alsof Judith Swart bang is om zaken té zwaar aan te zetten of té gewichtig te maken. Ze heeft relativering nodig om dicht bij zichzelf te blijven. Door de soepele, symfonische lijnvoering gaan de vormen en emoties vanzelf stromen. De vingeroefeningen doen denken aan jazzy improvisaties. Het plezier is nooit ver weg.


Evenals de beperking in het kleurgebruik is ook de focus op het schilderproces een opmerkelijk gegeven. Het scheppingsproces is voor Judith Swart vaak een kwestie van schilderen en overschilderen, toevoegen en wegnemen, nuanceren en intensiveren. Daardoor ontstaan gelaagde composities waarin de ondertekening en de weggeschilderde onderlagen nog gedeeltelijk zichtbaar zijn. De doorwerkte huid versterkt de herinnering aan het moeizame proces dat nodig was om tot het gewenste resultaat te komen. Om een overkill aan nuancering te voorkomen worden lijnen en vormen soms vliegensvlug, schetsmatig en lichtvoetig genoteerd. De herinnering aan de worsteling (die het scheppingsproces kan zijn) verdwijnt daardoor als sneeuw voor de zon.

Evenals de pianistes zijn ook de jurken die Judith Swart ontwierp en uitvoerde extravert en naar buiten gericht. Ze anticiperen op de uitdagende performance. De vrouwen die het lef hebben om zich in het openbaar in de eierjurk of pastajurk te vertonen, zijn zelfverzekerd en eigenzinnig. De jurken zijn niet gemaakt voor iemand die zichzelf liever onzichtbaar maakt, maar voor eigentijdse, zelfbewuste vrouwen, die veerkracht en vitaliteit tentoonspreiden.

Van een andere orde is de turbulentie in de cyclus ‘Domestic Freaks’. De expressionistische aard en instelling van Swart, die ook bepalend is voor de pianistes, neemt hier absurdistische trekjes aan, zoals ook het geval is in het werk van de Vlaamse expressionist James Ensor. Ernst en humor zijn geen tegenstellingen, maar complementaire elementen die het kunstwerk als geheel vervolmaken. Die tweezijdigheid past bij Judith Swart. Zij combineert levensdrift en honger naar nieuwe ervaringen met behoefte aan contemplatie en innerlijke rust. De verhalen die ze vertelt, zijn soms sprookjesachtig en soms bizar. In ‘Domestic Freaks’ openbaart zich de ambivalentie die in elk mens schuilt. Soms is die tweezijdigheid sluimerend aanwezig, soms manifesteert ze zich in alle hevigheid. Soms komen feeërieke taferelen naar boven, soms dringen duistere elementen zich op. Situaties die logisch en verklaarbaar lijken, kunnen zomaar ineens omslaan in ongerijmde ervaringen. Het zou echter een misverstand zijn om te denken dat de vreemde wezens die Swart tot leven wekt, ontsproten zijn aan een duistere of morbide geest. Ze horen thuis in een wereld die overzichtelijk is ingedeeld in goed en kwaad, zwart en wit, schoonheid en verval, een lach en een traan. Grimmige Francis Baconachtige deformaties gaan gepaard met ontwapenende openheid en kinderlijke spontaniteit.

Het is bijna onmogelijk om het werk van Judith Swart te begrijpen zonder in te zoomen op het narratieve, verhalende karakter ervan. Werken als ‘Big Jellyman’, ‘Moddermeisje’ en ‘Cereal Killer’ herinneren aan de Latijns-Amerikaanse vertelcultuur. Voor grote schrijvers als Gabriel García Márques is het uitvergroten van de werkelijkheid een stijlmiddel dat gehanteerd wordt om bepaalde eigenschappen in één oogopslag helder te maken. In dat licht moeten ook de verwrongen koppen en vervormde lichamen gezien worden van de personages die opduiken in het domein van de ‘Domestic Freaks’. Het gaat Judith Swart niet om het scheppen van een morbide wereld, zij heeft de uitersten nodig om tot pakkende en fascinerende beelden te komen waarin betovering en bevrijdende humor extra dimensies krijgen doordat ze contrasteren met het kwaad. Swart laat geen middel en geen mogelijkheid onbenut om het maximale rendement uit de voorstellingen te halen. Zo zien we tafeldansers in extase, een klontering van knagende tuincyclopen, kussende kikkers, cyclopen met fopbrillen en decadente keukenhulpen. De boodschap van Swart is simpel: Live life to the max.

Uitersten raken elkaar in het werk van Judith Swart. Samenhang en synthese zijn twee componenten die vanuit pure intuïtie bij elkaar worden gebracht. De kunstenares zoomt in op werelden waarin het onderscheid tussen droom en daad, fictie en feiten, zwart en wit wegvalt. Ze verbeeldt persoonlijke gemoedstoestanden. Haar werk reflecteert niet alleen concrete waarnemingen of gewaarwordingen maar vooral ook haar innerlijke belevingswereld. Dat kunnen angsten zijn, maar ook doorleefde gevoelens of verborgen verlangens. Judith Swart kiest onomwonden voor inspirerende interacties tussen schijn en werkelijkheid. Daardoor worden nieuwe werelden ontsloten die alleen via vindingrijke improvisaties veroverd kunnen worden. Niets is te gek om waar te kunnen zijn.

Wim van der Beek
kunstrecensent