Acrylic on canvas, 100 X 160 cm, 1994
De Pianistes

Hoewel ik het moeilijk vind mijn werk in woorden te vatten wil ik niettemin proberen de meest gestelde vragen over deze serie te beantwoorden.


Hoe zijn De Pianistes ontstaan


In ’93 schilderde ik voor het eerst een pianiste, in felle kleuren. De stijl week af van het overige werk en was duidelijk geïnspireerd op de tekenfilms van de jaren ’50 en ’60 die nu en dan op de televisie te zien waren. Aan één afbeelding bleek ik niet genoeg te hebben, want een jaar later maakte ik vrijwel dezelfde in zwart-, wit- en grijstinten.

In ’95 verhuisde ik van Amsterdam naar Overveen. Hier kwamen de Domestic Freaks schilderijen tot stand. De beeldende kunst is voor mij een manier om te maken wat ik nodig heb en waar ik naar verlang. De Domestic Freaks serie portretteert mijn verlangen naar de eigenheid van mensen omdat ik in een omgeving kwam waar dit meer dan in een stad als Amsterdam verborgen moet blijven om geaccepteerd te worden.
Bij deze serie schrijf ik een verhaal waar ik nog mee bezig ben. Als het af is wil ik het eerst in boekvorm uitbrengen en daarna op de website zetten.

Tekenen deed ik vroeger veel, maar de laatste jaren alleen als voorbereiding op de schilderijen. Verf, vorm en kleur dienden tot dusver om hetgeen mij van mensen fascineert en dierbaar is zichtbaar te maken op doek.

Ik zocht een tegenhanger van de Domestic Freaks, een concreet en herkenbaar thema, en koos voor het enige werk dat ik min of meer had gekopiëerd: de pianiste. Hoewel die twee doeken waren geschilderd was de stijl tekenachtig. Daardoor ging ik weer op papier werken, waar de spanning door lijn en vorm wordt bepaald en minder door kleur. Een even belangrijke reden voor het ontstaan van De Pianistes zal ongetwijfeld de muziek zijn, die voor mij onmisbaar is bij het scheppingsproces.


Waarom vrouwen


Ik sluit niet uit dat er op een tekening eens een man achter de toetsen zal verschijnen. Op dit moment zou ik me dat niet kunnen veroorloven zonder de zeggingskracht van het beeld aan te tasten. De eenheid en verbondenheid van de vrouw met het instrument dat zij bespeelt heeft in mijn beleving een andere gevoelswaarde, een diepere betekenis.


Is ras een thema in de serie


Gezien mijn achtergrond waarschijnlijk wel. Ik ben in Suriname geboren, en hoewel mijn vader van Portoricaanse afkomst is en mijn moeder van Portugese, had ik blond haar en lichte ogen, waardoor ik het enige blanke kind op het erf leek. De zwarte vrouwen die er woonden noemden mij ‘bakra’ en waren als een moeder voor mij; ze trokken mij op schoot en wiegden me in slaap.


In sommige tekeningen ligt het accent op billen en/of borsten, in andere niet


De kleding die de vrouwen in Suriname en Puerto Rico dragen is dikwijls weinig verhullend. Er wordt niet over geoordeeld, het hoort bij het straatbeeld en het klimaat leent zich ervoor. Bij sommige pianistes benadrukken de vrouwelijke contouren het extraverte: de beweging, het ritme, de fysieke beleving van het spel. In andere tekeningen is de blik meer naar binnen gericht. Gezichtsuitdrukking en lichaamshouding geven op die manier uiting aan verschillende gemoedstoestanden zoals muziek die kan oproepen, en het creëren zelf gaat ook gepaard met meerdere emoties.


Vanwaar het gebruik van eierschaal in de tekeningen


In de periodes dat ik niet schilder maak ik jurken. Een daarvan maakte ik van eierschalen. Jurken vind ik het meest vrouwelijk kledingstuk. Ik denk bijvoorbeeld aan de foto van Marilyn Monroe waarop zij een wijde, lichte jurk die opwaait met beide handen tegenhoudt. Dat model diende overigens als voorbeeld voor de jurken die ik maak.

Hoewel de jurken van de pianistes soms door één lijn worden aangegeven, zijn ze vaak bepalend voor de symmetrie. Om ze een extra dimensie te geven verfraai ik ze met eierschalen of op andere manieren.


Hoe zie je jouw werk in relatie tot de ontwikkelingen in de kunst

Vanaf de Middeleeuwen tot de 20e eeuw hebben zich ongeveer tien belangrijke stromingen ontwikkeld. Gedurende de 20e eeuw ongeveer veertig. Ze waren een logisch gevolg op de vooruitgang en veranderingen op vele gebieden. Mede hierdoor was de tendens tot zo’n tien jaar geleden dat een kunstwerk het predikaat vernieuwend moest kunnen dragen wilde het als zodanig (h)erkend worden.
Tegenwoordig is de term begrijpelijkerwijs versleten verklaard. Het voorvoegsel neo heeft zijn dienst bewezen; voor elke stroming die men aldus wilde betitelen en in een kader wenste te plaatsen kon het ingezet worden (neodada, neo-expressionisme, neoromantiek etc.). De tijd van radicale vernieuwingen in de kunst is voorbij, ook omdat er op dit gebied nauwelijks meer taboes te doorbreken zijn. Dankzij de vorige eeuw hebben kunstenaars nu meer de vrijheid om zich op persoonlijke groei en visie te richten.

Mijn belangstelling voor kunst is groot en uiteenlopend; respect en bewondering gaan uit naar het werk van Beuys en dat van Broodthaers, en evenzoveel naar dat van Balthus, Keith Haring, Guston, Spoerri, Warhol, Lucian Freud en Ron Mueck. En zo zijn er nog velen. Dan zijn er nog fotografen en videokunstenaars. Er is een overstelpend aanbod, een haast onwerkelijke rijkdom aan schoonheid.

Vooral wil ik ook kunstenaars als Carl Barks en Schulz noemen, aan wier tekeningen en gedachtenwereld ik veel te danken heb.

J.A. Swart
2006